Veel Minder Eten om een Beetje af te Vallen
7 Januari 2010 NRC Handelsblad
Voedingshoogleraren Katan en Ludwig ontmaskeren de mythe van de kleine beetjes Klinkt mooi: elke dag een beetje minder eten en de extra kilo’s gaan er weer af. Maar het is anders, want je bent ook niet dik geworden van die kleine beetjes.
Wie dik wil worden, moet veel meer eten dan de meeste leerboeken voorrekenen. Dat schrijven voedingshoogleraar Martijn Katan en zijn Amerikaanse collega David Ludwig in een commentaar in het onlangs verschenen Journal of the American Medical Association. ,,Dat is misschien een prettige boodschap”, licht Martijn Katan, Akademiehoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, telefonisch toe. ,,Maar er is wel een keerzijde, want om af te vallen, moet je ook fors minder eten.” Katan en Ludwig corrigeren het heersende idee dat dagelijks een klein beetje meer eten dan je verbruikt uiteindelijk een echte dikkerd oplevert. En dat dagelijks een klein beetje minder op den duur weer een mooi laag lichaamsgewicht geeft. Dagelijks 60 kilocalorieën zou het verschil al maken. In de Verenigde Staten wordt die small step approach tegenwoordig aanbevolen door zowel de overheid als de fastfood- en frisdrankindustrie. Het rekensommetje dat Katan en Ludwig in veel leerboeken aantroffen is simpel: een gram lichaamsvet herbergt ongeveer 8 kilocalorieën. Dus de overbodige dagelijkse koek van 60 kilocalorieën zorgt dagelijks voor 7,5 gram vetaanzet. Maandelijks is dat ruim twee ons, jaarlijks bijna 3 kilo. En na een decennium ben je dan 27 kilo zwaarder door dat ene dagelijkse tussendoortje. ,,Zo gaat het natuurlijk niet”, schrijven Katan en Ludwig.
,,Iemand die elke dag een koek te veel eet, merkt aanvankelijk dat hij zwaarder wordt, maar na een tijdje is een toenemend deel van de extra calorieën nodig om het lichaamsweefsel dat er bij is gegroeid te dragen, te repareren en vervangen.” ,,Je komt dus eerst snel aan”, zegt Katan, ,,om daarna langzaam naar een nieuw evenwicht te groeien.” Blijf je dan evenveel eten en evenveel bewegen, dan word je niet meer zwaarder. Het overbodige koekje is inmiddels nodig om het zwaardere lichaam op peil te houden. Maar die stabilisering op een gewicht dat maar een klein beetje hoger is, is niet wat er in de westerse maatschappij gebeurde. Katan: ,,In de Verenigde Staten en ook in Nederland zie je dat mensen die tussen 1950 en 1970 geboren zijn – de babyboomers – eigenlijk voortdurend in gewicht toenemen. Je ziet een vrijwel lineaire gewichtstoename.”
De Amerikanen houden het goed bij, met regelmatige gewichtsstudies. Vrouwelijke babyboomers – blijkt daaruit – zijn tussen 1970 en 2000 in 30 jaar tijd gemiddeld 16 kilo zwaarder geworden. In Nederland is het niet zo mooi gemeten, maar, zegt Katan: ,,Je kunt uit de beschikbare onderzoeken wel afleiden dat de generatie die nu 40 tot 60 jaar oud is, sinds hun twintigste ook ongeveer 15 kilo zwaarder is geworden.” Als die mensen hun overgewicht kwijt willen, moeten ze dagelijks ruim 300 kilocalorieën minder eten, of door meer beweging kwijtraken. Dan verdwijnen op den duur die 15 kilo. Het is allerminst zo’n crashdieet, waarbij er in een half jaar tien kilo of nog meer moet verdwijnen. 300 kilocalorieën, dat is een klein zakje M&M’s (225 kcal) met een pilsje of glas wijn (100 kcal). Of twee zuinig belegde boterhammen. En het is beduidend meer dan de 60 kilocalorieën die de leerboeken vaak nog melden. Het is een fors verschil en de vraag rijst hoe die westerse mens eigenlijk dik is geworden. Katan: ,,Niemand heeft er bij gestaan toen het gebeurde, maar waarschijnlijk is iedereen ieder jaar iets meer gaan eten. En iets minder gaan bewegen. Mensen zijn natuurlijk niet in één jaar 300 kilocalorieën meer gaan eten.” Wat moet er gebeuren om de trend te keren? Nederlandse volwassen vrouwen krijgen het advies om dagelijks 2000 kilocalorieën te eten. Mannen kunnen tot 2500. Moet die hoeveelheid omlaag? Katan: ,,Veel mensen kennen dat advies en zeggen dat ze zich er aan houden. Maar in werkelijkheid krijgen ze dan 3.000 kilocalorieën binnen. Of nog meer. Calorieën tellen is moeilijk. Dat verandert pas als er etiketten komen op alle voedingsmiddelen – ook op de menu’s in restaurants – waarop in één oogopslag is te zien welk deel van je dagelijkse energiebehoefte er in zit.” Katan vindt het een taak van de overheid om dat te regelen. ,,Je kunt je moeilijk voorstellen dat firma’s als Coca-Cola of McDonald’s zeggen: ‘Koop minder van mijn spullen, dat is goed voor u.’” Behalve de etikettering kan de overheid nog wel meer doen. Katan: ,,Belasting heffen op frisdranken bijvoorbeeld. Die is nu in de VS in discussie. Maar of het helpt weten we niet. Wat wel helpt is om het parkeren duurder te maken en fietsers meer ruimte te geven. In Amsterdam zie je dat dat werkt. Het parkeren is er duur om andere redenen, maar je ziet dat het effect heeft op de lichaamsbeweging. Mensen lopen en fietsen meer. Het zijn maatregelen die werken, maar er moet eerst wel draagvlak voor zijn. Anders kan de overheid het moeilijk invoeren.” Bron: NRC Handelsblad, 7 januari 2010









